Rustig Groot Brunink: bron van oude verhalen

 

Het met sagen omweven Twentse landgoed Groot Brunink is ontsnapt aan de drukte. Uit respect voor natuur en historie zijn de stedenbouwers abrupt tot stilstand gekomen. Wie vertier zoekt, gaat maar naar de even verderop gelegen en tot recreatieplas herschapen zandafgraving het Rutbeek. Voor de meeste Enschedeërs ligt Groot Brunink bovendien zo dichtbij, dat het bijzondere stukje Twente aan de zuidkant van de stad gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. Tot geluk van de rustzoekers

 

Naam: Groot Brunink

Plaats: Enschede

In beheer sinds: 1981

Oppervlak: 99 ha

Bijzonderheden: Landgoed met bossen, houtwallen, afgewisseld met wei- en bouwlanden. De Bruninksbeek die ten zuidwesten van de es loopt geeft iets karakteristieks aan het landgoed. De nog aanwezige boerderij ’Hof Brunink’ is een beschermd monument.

 

 

Zelfs op zondagmiddag zie je bijna niemand", registreert districtsmedewerker Harry Koster van Landschap Overijssel. Hier en daar struint een wandelaar door het kleinschalige landschap. Een beeld ontvouwt zich van boerderijen, essen en houtwallen. Grasland, beek en bos voeren de variatie verder op. Fietsers vervolgen hun pad naar elders. Groot Brunink is voor hen een station op weg naar een van de andere karakteristieke landgoederen die Enschede omringt. Misschien ook voert de tocht naar de heidevelden van het Buurserzand, drassige veengebieden of het dichtbijgelegen Duitsland. "Voor de bewoners aan de zuidrand van Enschede ligt Groot Brunink te dichtbij. Grappig, want het landgoed ligt onder de rook van de stad. Je vertrekt niet met de auto om er na vijf minuten al weer uit te stappen. Dan maar liever doorrijden naar een natuurgebied als het Springendal bij Ootmarsum".

Grachten en wallen 

De geschiedenis van Groot Brunink gaat terug tot 1341. In dat jaar staat de hoeve bekend als een Münsters borgleen te Nieborg. Op de boerderij wordt door Hendrik van Kuinre recht gesproken voor de marke Usselo. Ook functioneert de hoeve als centrum voor de afdracht van belastingen. De machtige bisschop van Münster heeft in die jaren meer in de melk te brokkelen dan de verre geestelijkheid in Utrecht. Nederland? Dat moet nog worden uitgevonden. Ieder in onze streken is verantwoording schuldig aan de Duitse keizers van het heilige roomse rijk. Het oude hof was omgeven door een gracht die in verbinding stond met de Bruninksbeek. De tweede verdedigingslinie betrof een aarden wal plus gracht ter bescherming van zowel hoeve als huisweide. In het landschap zijn met een scherp oog de restanten van gracht, hoesstee en Heerenwal nog herkenbaar. Een solide militaire vesting is het oude Hof te Brunink nooit geweest. Wel bieden water en wal bescherming aan rondtrekkende bendes en passerende legertjes. De huursoldaten staat vrij om in vijandelijk gebied zonder veel scrupules te voorzien in hun eigen levensonderhoud. Boerderijen zijn een aantrekkelijke prooi.

Fabriquersgoed 

Halverwege de achttiende eeuw is van de eertijds trotse hoeve niet veel meer over dan een bouwval. Via het adellijke geslacht Van Heeckeren raakt het hof in handen van pachter Herman Brunink. In 1753 koopt de man de boedel op, inclusief het aloude markerichterschap. De boerderij floreert weer. Met de opkomst van de Twentse textielindustrie in de negentiende eeuw breken nieuwe tijden aan. Groot Brunink verandert in een fabriquersgoed zoals vele andere in Twente. De heidevelden in de omgeving gaan grotendeels op de schop. Uitgebreide bospercelen verschijnen voor zowel de houtproductie als de jacht. Het meeste werk wordt verzet in de jaren 1912-1922. Tot de bouw van een groot landhuis en de aanleg van een landschapstuin is het nooit gekomen. "Het landgoed is in 1981 in vrij gave staat gekocht door het Overijssels Landschap van de familie Klaassen", blikt districtsmedewerker Harry Koster terug. De aankoop van de 85 hectare zonder erven en gebouwen betekende de aanzet tot het reservaat Groot Brunink. In 1982 kon in het bezit van de familie Jannink nog veertien hectare bos en hei aan het gebied worden toegevoegd.

Verrassingen 

Bezoekers van Groot Brunink wacht een levendig natuurgebied met kans op verrassingen. De agrarische gronden zijn grotendeels verpacht aan het bedrijf van de familie Bruggert. De keuze voor biologische beheer betekent dat het gebruik van chemische middelen en kunstmest taboe zijn, waardoor verschillende planten en dieren weer een kans krijgen. De Bruninksbeek stroomt van oost naar west over het landgoed en is niet gemakkelijk over het hoofd te zien. De bron ligt enkele kilometers oostelijker op een flank van de stuwwal van Oldenzaal naar Enschede. Nog steeds laten de ijstijden hun invloed gelden. Na een kwart kilometer vertakt de beek zich in een kunstmatige sloot langs de bosrand en een meanderend stroompje. Met het waterschap Regge en Dinkel zijn afspraken gemaakt om het water weer meer bewegingsvrijheid te geven.

 

 

Beekbos 

"Er bestaan plannen om vijf hectare grasland langs de Bruninksbeek in gebruik te nemen als retentiegebied. Bedoeld als opvangbekken in perioden van extreem grote regenval. In de natte zonering mag het bos dan zijn gang gaan. Beekbos op rijke gronden hebben we niet zo veel meer in Nederland", licht Koster een tipje van de sluier over de toekomst van Groot Brunink. Tot het waterbeheer behoren ook peilverhogingen in het rabatlandschap. Om de bomen zo droog mogelijke voeten te geven zijn door de bosbouwers ontwateringssloten gegraven en beekdalen verdiept. Na de heideontginningen werden de bomen geplant op de typische aarde wallen: de rabatten. Als het water weer stijgt zal de soortenrijkdom toenemen. Een deel van de bossen op Groot Brunink behoort tot het type wintereiken - beukenbos. Bij de beek groeit gele dovenetel, ijle zegge en bosereprijs. In het voorjaar is de bodem bedekt met klaverzuring en bosanemoon. Op veel plaatsen - vooral daar waar de grove den domineert - is de kruidlaag niet zo goed ontwikkeld. Op de rijkere gedeelten komen wijfjesvaren, hulst en de veelbloemige salomonszegel voor.

Vuurgoudhaan 

Aan vogels heeft Groot Brunink geen gebrek. Tot de 58 waargenomen broedvogels behoren de bosuil, de patrijs en drie soorten spechten. Ook de vuurgoudhaan en de fluiter zijn van de partij. Tot de regelmatige gasten worden ook gerekend de havik, wulp en koperwiek. Het tot landgoed Groot Brunink behorende Janninksbos moet zich tevreden stellen met 35 broedvogels. Roodborst, fitis en gekraagde roodstaart komen veel voor. Een stuk zeldzamer - maar aanwezig - zijn de wielewaal, buizerd en de fluiter. Ontmoetingen met reeën zijn op Groot Brunink geen zeldzaamheid. 's Morgens vroeg of tegen het invallen van de avond grazen ze gracieus langs bosranden en houtwallen. Ruim twintig dieren hebben op het landgoed hun thuis. Vos, hermelijn, bunzing en steenmarter laten zich heel wat moeilijker zien. Hazen, konijnen en eekhoorns ontbreken natuurlijk niet op het Twentse landgoed.

Rode oren 

Voor de bewoners in de wijde omtrek heeft het hof te Brunink altijd iets geheimzinnigs gehad. In de nabijgelegen buurtschap Broekheurne, maar ook over de grens in het Münsterland, deden vreemde verhalen de ronde. Wat is op erve Brunink toch aan de hand met de oude middeleeuwse put? "De verhalen stammen van ver voor radio en televisie", stelt Harry Koster. "De mensen vertelden elkaar 's avonds de wonderbaarlijkste dingen. Prachtig toch? De kunst van het vertellen is helaas zo goed als verdwenen". Hardnekkig zijn de verhalen over de put bij de oude markerichter, afgedekt door een wagenrad. De verklaring dat het wiel diende te voorkomen dat het vee kans liep te verdrinken, vond niet veel medestanders. Rode oren daarentegen kregen de toehoorders wel van de versie dat zich onder in de put de verdronken hervormer Jan Calvinius bevond, vastgeklonken aan een ijzeren ketting. Ga maar na: waarom anders zouden de jaarlijkse bedevaartgangers naar Stadtlohn uitgerekend bij de put halt houden? Nou dan!

Vroom gepeupel 

Streekhistoricus Van Deinse tekende het ene na het andere verhaal op. Over de bewoner van het Hof te Brunink die zijn knecht opdroeg de lastige bedevaartgangers eens met paard en wagen goed de stuipen op het lijf te jagen. Wat dacht het vrome gepeupel wel? Zo maar in processie over zijn land op kerkengang naar het roomse Münsterland? Verbijsterd stoven de verraste bedevaartgangers uiteen. Het geschreeuw was niet van de lucht. Het paard sloeg geschrokken van alle tumult op hol. Nooit is de knecht weer terug gezien. Een rad van de boerenwagen rolde na het voorval spontaan terug naar het hof en belandde op wonderbaarlijke wijze boven op de put. Zodra de avond invalt, begint het rad vanzelf te draaien. Zo gaat op donkere dagen de ronde in Broekheurne. Ook aan Duitse zijde van de grens wordt vol ontzag verhaald over de oude put. De vicarus van Ameken, een gehucht bij Vreden, mopperde dat het rad op de put gebruikt werd om de draak te steken met de bedevaartgangers. Volgens hem werd provocerend met stokken een Christusbeeld nagebootst. Alstätters zouden als reactie op de spotternij het rad hebben meegenomen om te verbranden in de kalkoven. Zonder succes. De volgende dag ligt het rad al weer keurig op zijn plek. Anderhalve eeuw geleden stokt de aanvoer van nieuwe verhalen. In de nacht van 13 op 14 september 1866 wordt in de kerk van Stadtlohn het vereerde mariabeeld gestolen. De daders? Gedacht wordt aan Hollandse landlopers die vergeefs hebben aangeklopt voor onderdak. Sindsdien zijn geen bedevaartgangers meer gesignaleerd bij de put op Groot Brunink.

 

 terug naar home pagina