HOF ESPELO en WILDERNIS
De geschiedenis van Hof
Espelo:
De geschiedenis van de Hof Espelo gaat terug
tot diep in de middeleeuwen.
De eerste vermelding is
te vinden in een bul van Paus Innocentius III van 28 mei 1215, waarin deze het kapittel
van Sint Pieter te Utrecht en de daarbijbehorende goederen in bescherming
neemt. Onder die goederen wordt ook de Hof Espelo genoemd.
Zeer waarschijnlijk
behoorde de Hof Espelo tot de dos (de bruidsschat) die aan het kapittel bij
zijn oprichting gegeven werd. Het kan echter ook zijn dat de Hof behoorde aan
de kerk van Anneschethe(Enschede), die in 1119 door bisschop Godebold aan de
proost van St. Pieter te Utrecht werd geschonken.
De vermelding van
"Hof Espelo" in de bul van 1215 en in een ander charter van 1235 in
strijd met de oude "sage" als zou de Orde der Tempelieren "Hof
Espelo" in bezit gehad hebben.
"Hof Espelo"
was het middelpunt van de bezittingen van het kapittel in Twente en Bentheim, het rentambt der Twentse
goederen. Op de hof woonde de hofmeierrentmeester. Als rentmeester moest deze
de goederen in Twente en Bentheim beheren. Als hofmeier was hij de openbare
gezagsman en handhaver van de hofrechten van de onder "Hof Espelo"
vallende 21 hofhorige erven. De bewoners
van de hofhorige erven,
de horigen waren geen vrije mensen. Ze waren door talrijke regels en
verplichtingen gebonden. Zo moest iemand die uit de horigheid wilde komen,
zorgen voor een vervanger, iemand die in zijn plaats horige werd. Tegenover
deze onvrijheid stond de bescherming van de horige.
Op 17 september (St.
Lambertus) van elk jaar moesten de hofhorigen van heinde en verre naar
"Hof Espelo" komen, teneinde hun pacht te betalen en de voorlezing
van de hofrechten aan te horen. De hofmeier hield dan ook het hofgericht en wees
vonnis. Als bewoner van de hof was de hofmeier en zijn gezin sinds 1578 vrij,
niet meer hofhorig. De hof meier was sindsdien leenheer en zijn goed leengoed.
Het ambt van hofmeier werd geleidelijk aan als erfelijk beschouwd.
In de tachtigjarige
oorlog was het Twentse wisselend in handen van de Spaanse en staatse troepen.
"Hof Espelo" en zijn bewoners zijn in die periode dikwijls bedreigd
en beroofd. Zo is in 1570 de hofmeier door de Spanjaarden vermoord, terwijl de
hof ook omstreeks dit tijd afgebrand moet zijn. Rond het jaar 1672 had de hof
te lijden van de troepen van Berend van Galen, "den Koodreef", vorst
en bisschop van Münster en zijn tegenstanders, de Staatse troepen. De
reformatie bracht gen verandering teweeg in de eigendomsituatie:
"Hof Espelo"
bleef in bezit van het kapittel. Daar de openbare kerkdiensten van de
rooms-katholieken in die tijd verboden waren, ging de vanouds op het hof
aanwezige huiskapel met altaar fungeren als schuilkerk. De erediensten in de
kapel hielden pas op toen er in 1820 in Lonneker een rooms-katholieke kerk werd
gesticht. In 1862 werd de kapel weer gerestaureerd om als noodkerk te dienen
voor de katholieken uit Enschede. Hun kerk was in 1862 afgebrand.
De hofmeier Gerhard
Adriaan Hofmeier breidde zijn invloed aanzienlijk uit, nadat hem overigens het
rentmeesterschap door het kapittel was ontnomen, doordat hij in 1695 helften
van de erven Buerrichter en Hoffman aankocht en in 1697 het halve
Baurrichterserf waardoor hij erfelijk medemarkerichter van de marke Lonneker werd.
Bovendien kocht hij in 1708 of 1709 de Burcht Enschede
"met alle zijne
adelijcke gerechtigheden".
Het geslacht der
Hofmeiers, eeuwenlang hofmeier en rentmeester op "Hof Espelo"
verdween van Espelo toen de erfdochter Maria Agnes in 1748 trouwde met Gabriel
Davina en in dit huwelijk de "Hof Espelo" met alle rechten en
bijbehorende goederen meekreeg. Tussen deze Davina en het kapittel ontstond een
slepende onenigheid over onder meer het bosbeheer en de aanspraak op bepaalde
stukken land.
In 1770 kwam een einde
aan zeker vijf eeuwen "geestelijk" goed. Espelo was
"werelds" bezit geworden door verkoop aan Baron de Tour Heer van
den Bellinckhoff Davina protesteerde
hiertegen en kreeg tenslotte zijn recht. In 1778 werd hij de volle eigenaar van
de "Hof Espelo". Drie generaties lang hebben de Davina's op "Hof
Espelo" gewoond. In 1887 werd het goed voor de derde keer verkocht-middels
een publieke verkoop- voor Fl 40.000,=. Koper was de heer B.G.Cromhof. In de
jaren na de laatste wereldoorlog werd het goed grotendeels verkocht aan de
textielindustrieel Breuning ten Cate. Na langdurige onderhandelingen kon de
stichting Overijssels Landschap het landgoed in 1984 als één geheel verwerven.
Hiermee is voorkomen dat het landgoed door verkoop in delen uiteen zou vallen.
CULTUURHISTORIE:
Van "Hof
Espelo" is een oude kaart uit 1759 bewaard gebleven. De kaart die bewaard
wordt in het rijksarchief te Utrecht is vervaardigd door D.G.B. Daelhoff in opdracht van het
kapittel.Opvallend is dat de kaart met bovenkant naar het zuiden is gericht. Om
deze kaart te vergelijken met de huidige kaarten zak hij omgedraaid moeten
worden. Bij dit vergelijk valt op dat de hoofdlijnen van de kaart van Daelhoff
nog duidelijk in de huidige kaarten terug te vinden zijn. De Woerte, de Brake,
De Lange Esch en het Tieuwland zijn qua vorm weinig veranderd. Voor de benamingen
op de Toponiemenkaart is deels gekozen voor de namen zoals die op de kaart van
1759 vermeld staan.
De begrenzing van het landgoed
zoals dat op deze oude kaart aangegeven staat, is nu nog deels in het terrein
terug te vinden als een grenswal of wat daarvan resteert. Aan de noordkant van
de Wundersmaat is over een groot deel de grenswal nog aanwezig inclusief een
begroeiing van voornamelijk Eik. In oostelijke richting is de voortzetting
slechts te zien aan twee evenwijdige lopende greppels. Rond het Tieuwland
(overigens deels bebost) is het wallichaam nog gaaf aanwezig maar de
voortzetting in zuidelijke richting is niet meer herkenbaar. Eerst zuidelijk
van de boerderij "Hof Espelo" is weer een wallichaam te herkennen met
hier en daar nog een zware Eik, Beuk of Hulst. Het resterende deel van de
grenswal aan de Zuid- en westkant is verdwenen.
Slechts bij 't Möske is
nog een klein restantje over.
Op de kaart van Daelhoff
is ook te zien dat westelijk van de boerderij
"Hof Espelo",
hier aangeduid als "het huis van den Hofmeier", al een visvijver
aanwezig was die aangeduid werd met "oude visserij". De ouderdom van
deze vijver is daarmee aanzienlijk en het is niet onwaarschijnlijk dat de
vijver onderdeel van een gracht is geweest die ooit een versterkt bouwwerk
omringde. Ter Kuile noemt deze mogelijkheid ook, temeer daar een oude naam van
het zuidelijke gelegen stukje bouwland "het Rondeel" luidt en er een
oud verhaal bestaat dat hier een versterkte toren zou hebben gestaan.
't Möske
Van grote
cultuurhistorische waarde is 't Möske. Deze maat is zeker al van 1759 maar
waarschijnlijk nog veel ouder. Bemesting vond plaats door middel van
bevloeiing. Daarvoor is de hele maat omwald waarbij een in- en uitstroomopening
is uitgespaard. Kleine beekjes voerden het water aan en de kleine Haverriet
voerde het weer af. 's Winters stroomde dit water door de maat waar de
stroomsnelheid dan sterk afnam en het meegevoerde slib kon bezinken waardoor er
nu een + 75 cm dik pakket beekklei op het oorspronkelijk profiel
aanwezig is. 's Zomers werd het water noordelijk om de maat geleid waardoor
deze als hooiland benut kon worden. De rechter wal die de maat in twee
ongelijke helften verdeeld, dateert uit de periode 1760 - 1830 en is
waarschijnlijk bedoeld om het water in de wat hoger gelegen oostelijke helft op
te stuwen. Het geheel van wallen, in- en uitstroomopeningen, omleidingen en
aan- en afvoerbeddingen is nog aanwezig waardoor het oude bevloeiingssysteem
nog vrijwel compleet is. De voeding van het systeem is echter komen te
vervallen als gevolg van beekverleggingen en waterschapswerken.
Tweede wereldoorlog:
In de tweede
wereldoorlog heeft het landgoed onderdeel uitgemaakt van het vliegveld Twente.
De sporen hiervan zijn nog steeds nadrukkelijk aanwezig.
Zo heeft er een rolbaan
over het landgoed gelopen die overigens nooit geheel gereed gekomen is. Deze
kwam het landgoed binnen aan de noordoostzijde ter hoogte van de bosvijver en
liep in zuidwestelijke richting tot voorbij de Lange Esch. In deze strook is al
het bos gekapt. Na de oorlog is alles weer ingeplant waardoor nu de afdelingen
bos die in die strook liggen, dateren uit de eerste 10 jaar na de oorlog
(1945-1955. Mooi is dit te zien aan de laan zuidelijk langs de Lange Esch waar
destijds ook een stuk uitgekapt is. Dit is later (1947) weer ingeplant maar is
nog steeds duidelijk herkenbaar. Ook aan de noordwestzijde van het landgoed
heeft zo'n baan gelegen.
In de ondergrond van
deze stroken is nog altijd veel puin aanwezig. Ook ligt er nog een + 60
m lange duiker in de grond die het beekje onder de rolbaan doorleidde.
Langs de voormalige
rolbaan zijn op regelmatige afstand halvemaanvormige wallen aanwezig. In deze
primitieve "bunkers" werden oude, kapotte vliegtuigen geplaatst die
de geallieerden bij hun bombardement af moesten leiden. Enkele van deze bunkers
zijn gedeeltelijk afgegraven.
Veldnamen:
"Hof Espelo"
is rijk aan veldnamen. Veel daarvan zijn terug te vinden op de kaart van 1759.
Deels zijn het voor zichzelf sprekende benamingen die geen verdere uitleg
behoeven. Lange Esch, Peerdeweide, Huttenmaat en Lonnekerveld (veld is heide).
Sommige veldnamen hebben echter een verklaring nodig.
De ronde maat in het
noordwesten van het landgoed wordt aangeduid als 't Möske. Möske is een verkleinwoordje van het Twentse
"mos" waarmee een laaggelegen graslandgebied wordt aangeduid. De
Wundersmaat is een verbastering (overigens al van de kaart van 1759) van Wunners-
of Wönnersmaat. Een wunner of wönner is een kleine pachtboer of hofhorige.
Rondom de boerderij
"Hof Espelo" zijn een aantal oude veldnamen die vanuit de
geschiedenis van de Hof verklaard kunnen worden. Oostelijk van de boerderij
ligt een stuk bouwland, de Nieuwe Kamp genaamd. Deze kamp is later ontgonnen
dan de andere bouwlanden (de Woerte of Lange Esch) vandaar dat hij Nieuwe kamp
wordt genoemd. Op de kaart van 1759 ligt deze kamp ook buiten de grenswal en
wordt hij als eigendom van de hofmeier aangemerkt.
Zuidwestelijk van de
boerderij "Hof Espelo" ligt een klein esje dat in het eind van de
vorige eeuw met Eik is beplant. Het wordt de Möllenkamp genoemd. Volgens een
overlevering moet hier een molen hebben gestaan, wat gezien de vroegere functie
van het landgoed als middelpunt van de kerkelijke bezittingen in Twente niet
onwaarschijnlijk is.
Westelijk van de
boerderij wordt het stuk laag bouwland zuidelijk van de visvijver aangeduid als
het rondeel. Zoals al gezegd is het best mogelijk dat het oude verhaal dat hier
een versterkte toren heeft gestaan, waar is.
De kampen of essen in
het westelijk deel van het landgoed worden aangeduid als de Brake. Dit is een
oude benaming voor bouwland. Van de benamingen van de andere oude bouwlanden, het
Tieuwland en de Woerte, zijn geen verklaringen bekend.
Typering van het landschap
"Hof Espelo"
heeft een typisch Twents karakter. Het is een kleinschalige cultuurlandschap
met een afwisseling van bossen, akkers en graslanden. De hogere delen zijn al zeer
lang als bouwland in gebruik, in de laagten ligt het grasland. De boerderijen
liggen verspreid. Ze behoorden van oudsher tot de goederen van het kapittel van
Sint Pieter te Utrecht. Eén ervan was de hof Espelo. Hier woonde de hofmeier
die namens het kapittel de openbare gezagsman en handhaver van de hofrechten
was. Dit heeft geduurd vanaf zeker 1215 tot 1770. Daarna ging de Hof en de
daarbijbehorende boerderijen in particuliere handen over.
Het oorspronkelijke bij
"Hof Espelo" behorende gebied was omgeven door een grenswal. Hiervan
resteren nog enkele delen. Naast genoemde cultuurgronden is er ook altijd bos
geweest op het landgoed. Op bepaalde gronden heeft zeker al vanaf het midden
van de achttiende eeuw ononderbroken bos gestaan en waarschijnlijk nog veel
langer.
Vanuit de hofboerderij
is eind negentiende eeuw een rechthoekige lanenstructuur opgezet die in
tegenstelling tot de overige begrenzingen niet aangepast is aan de natuurlijke
gesteldheid van het terrein. In die tijd zijn ook delen van de vroeger
gemeenschappelijke heide ontgonnen of bebost en aan het landgoed toegevoegd.
Vanaf de Enschedese
stuwwal stromen vele beekjes westwaarts. Een daarvan, de Eschbeek, stroomt door
het zuidelijke deel van het landgoed. Deze beek heeft nog een redelijk
natuurlijk karakter, Noordwaarts op het landgoed vinden we nog enkele kleine,
niet altijd water voerende beekjes.
Het landgoed in zijn
huidige gedaante bestaat voor ruim de helft uit bos, houtwallen en lanen. Bijna
40% is cultuurgrond, waarvan twee-derde deel grasland. Het merendeel is
verpacht. Het resterend bestaat uit erven, opslagterreinen en ca. 9 ha heide,
deels met bosopslag.
Het bos op het landgoed
ligt ten dele binnen de oude begrenzing ten dele erbuiten in de
heideontginning. Het bestaat voor 63% uit naaldhout, voor 28% uit loofhout en
voor 9% uit gemengd bos. Binnen de oude landgoedbegrenzing vinden we relatief
groot aandeel loofhout, voornamelijk Eik, het naaldhout bestaat hier overwegend
uit meer eisende soorten als Douglas, Japanse Lariks en Fijnspar. Op de
heideontginningen vinden we veel Grove Den, vaak op later leeftijd onderplant
met Beuk. De leeftijdsverdeling van de bossen is zeer onregelmatig. Eén-derde
dateert uit eind vorige eeuw en bestaat voornamelijk uit Grove Den. Een ander
derde deel van het bos dateert uit de jaren vijftig en bestaat uit Japanse
Lariks en andere meer eisende naaldhoutsoorten.
Het overgrote deel van
het bos buiten de oude begrenzing kunnen we, gezien de kruid- en
struikvegetatie rekenen tot het Eiken-Berkenbos (Querco roboris-Betuletum).
Binnen de oude begrenzing treffen we overwegend het Beuken-Eikenbos (fage
Quercetum) aan, dat daar enerzijds overgangen naar het Eiken-Berkenbos
vertoont, anderzijds voornamelijk in een smalle strook langs de Eschbeek,
overgangen naar het Elzen-Vogelkersverbond (Alno-Padion). De op het landgoed
aanwezige heide bestaat grotendeels uit vochtige heide (Ericetum tetralicis).
De vogelstand op het
landgoed is gevarieerd. Naast algemenere soorten komen er typische soorten van
bos en van het kleinschalige cultuurlandschap voor. Zo broeden er diverse uile_
en roofvogelsoorten. Van de zoogdierenstand is weinig bekend, evenals van de
amfibieën en reptielen. Biotopen als beekmilieus, drinkpoelen en vochtige
heide zijn wel potentiële leefgebieden voor de laatste twee groepen dieren.