Lonnekerberg: Licht keert terug in het donkere woud 

 

Als je de Lonnekerberg oploopt, valt het onmiddellijk op. Links en rechts staan 'ongewone' bomen, soms alleen, vaker in flinke aantallen. Servische spar, Japanse lariks, Oostenrijkse den, Douglas en Weymouth uit Noord-Amerika, fijnspar uit Midden-Europa. De bonte verzameling naaldbomen op de Lonnekerberg verraadt duidelijk de recente geschiedenis van de stuwwal (met een hoogste top van 56 meter) die tussen Enschede en Oldenzaal ligt.

 

Naam: Lonnekerberg ligging: ten oosten van vliegveld Twenthe, tussen Enschede en Oldenzaal 
Oppervlakte: 141 hectare in beheer sinds: 2000
Bijzonderheden: productiebos, aangelegd in tweede helft negentiende eeuw door textielfabrikant Albert Jan Blijdenstein op uitgebreid rabattenstelsel. Het bos wordt omgevormd tot een bos met loofbomen van verschillende leeftijden. Ook de waterhuishouding wordt waar mogelijk weer hersteld.

 

DE LONNEKERBERG

Het natuurgebied Lonnekerberg is een particulier bezit van ruim 140 hectare. Het gebied vormt de Zuidelijke uitloper van de Oldenzaalse stuwwal. Dit heuvelachtige gebied werd gevormd tijdens Saalien, de voorlaatste ijstijdperiode. Het landijs bereikte het gebied van Scandina­vië en drukte over grote afstand de bevroren ondergrond dakpansgewijs omhoog. Na de ijstijd ontstond een toendra, waarover grote landdieren zoals mammoeten, edelherten en wolharige neushoorns langs de lager gelegen rivierdalen trokken. De hoger in het landschap gelegen stuwwallen vormden tevens de eerste woongebieden van mensen in Twente. Overal in Twente zijn botvondsten van mammoeten en overblijfselen van de eerste menselijke bewoners gedaan. De Lonnekerberg is tegenwoordig grotendeels begroeid met bos, maar voor het overige is het landschap sedert de ijstijd nauwelijks veranderd. Het wordt beheerd als natuurgebied, waarbij bosbouwkundige exploitatie wordt gecombineerd met bescherming van de flora en fauna. Het gebeid is ondanks de ligging naast de vliegbasis Twente zeer wildrijk dankzij de speciale rustgebieden voor de dieren.

 

De berg is één van de natuurgebieden die een groene gordel rondom de vliegbasis Twenthe vormen. Bij de verdeling van de gemeenschappelijke gronden (marken) midden negentiende eeuw kocht textielfabrikant Albert Jan Blijdenstein hier honderden hectares schrale heide. En de Blijdensteins, die hadden iets met naaldbomen. Albert Jans vader was al begonnen om delen van Twente te bebossen, later zou zijn neef Benjamin Willem aan de wieg staan van het Pinetum Blijdenstein in Hilversum, dat de grootste coniferencollectie ter wereld herbergt.

320 kilometer rabatten 

Albert Jan Blijdenstein pakte de aanplant van de Lonnekerberg grondig aan. Hij liet niet minder dan 320 kilometer rabatten aanleggen. De bomen werden op deze wallen geplant om te voorkomen dat ze het door een overvloed aan water zouden begeven. Dit stelsel van wallen en geulen is nog zo'n restant uit het verleden, dat overal te zien is op de berg. Om te kijken welke soorten het meeste hout opleverden, haalde Blijdenstein van heinde en verre naaldbomen naar de berg. 

 

De beste soorten werden vervolgens geteeld, en die staan er dan ook nog in grote aantallen. Maar ook van de soorten die het minder goed deden, is wat blijven staan. Het is ongetwijfeld aan dit soort projecten te danken geweest dat Blijdenstein in 1889 voorzitter van de Nederlandse Heidemaatschappij werd. Hoezeer de textielfabrikant annex bosbouwer zich verbonden voelde met de Lonnekerberg, blijkt wel uit het feit dat hij er na zijn dood in 1896 is begraven.

Prima plek 

Zeker voor planten is de Lonnekerberg een prima plek. Nu al komen er 75 verschillende soorten voor, waaronder 13 bedreigde. Langs de

paden groeit echte duizendguldenkruid en liggende vleugeltjesbloem, langs de greppels en beken kom je smalle beukvaren, slanke sleutelbloem en moerasviooltje tegen, op de randen van de geulen staan wolfspoot en blauw glidkruid, en in de nattere stukken bos vinden

kale jonker en biezenknoppen hun plek. De plantenvariatie trekt een keur aan vlinders aan, waaronder de kleine ijsvogelvlinder, bont en bruin zandoogje, geelsprietdikkopje en zwartsprietdikkopje. Op zonnige dagen is het boven de bloeiende planten een komen en gaan van dansende vlinders. De verscheidenheid aan bomen zorgt ervoor dat er ook bijzondere paddestoelen voorkomen. Een aantal komt namelijk alleen maar voor op de bomen die Blijdenstein anderhalve eeuw geleden naar de Lonnekerberg haalde. Zo zit de gele ringboleet op de lariksen, op andere naaldbomen kom je zwartvoetkrulzoom tegen. Er is ook een aantal vogelsoorten dat duidelijk gebonden is aan naaldbomen, zoals de kruisbek en het goudhaantje. 
Bij een inventarisatie enkele jaren geleden zijn 56 broedvogels geteld. Vier daarvan staan op de lijst van kwetsbare en bedreigde soorten: patrijs, ijsvogel, groene specht en geelgors. Verder broedt er een breed scala aan vogels, van wilde eenden tot een havik en een sperwer

 

 terug naar home pagina