Smalenbroek De geborgenheid van
een oud landgoed
Aan de rand van Enschede
ligt landgoed Smalenbroek.
De eeuwenlange geschiedenis is voelbaar en zichtbaar. De afwisseling is groot.
Het aantal vogel- en plantensoorten dat een geschikt
plekje heeft gevonden op het landgoed is imposant. Je zult toch op loopafstand
van zo’n gebied wonen.
Naam: Smalenbroek
Ligging: ten zuiden van Enschede
Oppervlakte: 87 hectare
In beheer sinds: 1979
Bijzonderheden: landgoed met bossen op droge en natte bodems, houtwallen,
graslanden en akkers; grote verscheidenheid aan planten en dieren (vooral
vogels).
Een doordeweekse morgen op landgoed Smalenbroek aan de zuidelijke rand van Enschede. Twee zwarte zwanen glijden over het gladde water van de vijver. Meerkoetjongen zijn wat onrustig op zoek naar hun moeder. Een karekiet klimt behendig langs een rietstengel. Groene kikkers laten luid en duidelijk weten dat ze er zijn. Boven in een treurbeuk zit een eenzame aalscholver. Enkele bomen staan in hun eentje indrukwekkend te zijn; hun namen verraden dat ze van ver komen: mammoetboom, moerascypres, tulpenboom, trompetboom.
Het tafereel roept een sfeer van geborgenheid op, een sfeer die van alle
tijden is. Binnenkort zal al het groen van de bomen veranderen in geel, oranje,
bruin, paars. Onder de bomen komen paddestoelen boven de grond, in een veelheid
van vormen en kleuren. Maar deze metamorfose zal niets veranderen aan het
gevoel dat het hier goed toeven is.
Landgoed Smalenbroek. Je wandelt er vanuit de buitenwijken van Enschede zo naar
toe. Het gebied biedt een keur aan landschappen, waarin de hand van de mens
steeds minder zichtbaar wordt naarmate je verder van de stad komt: stadspark ’t
Stroink waar mens en hond zich kunnen ontdoen van hun overtollige energie, Smalenbroek
met zijn cultuurhistorie en het aangrenzende ’t Spik waar de natuur zo veel
mogelijk haar gang kan gaan.
Eind negentiende eeuw kwam
Smalenbroek samen met ’t Spik in handen van de familie Ter Kuile, die het park
met de vijver en de lanen liet aanleggen. Daardoor oogt het als een typische
buitenplaats van een fabriqueur, waarvan er meer zijn in dit deel van Twente.
Sinds 1979 is Landschap Overijssel eigenaar van landgoed Smalenbroek, vijf jaar
later kwam ’t Spik erbij. De villa op Smalenbroek is nog altijd van de familie
Ter Kuile.
Smalenbroek heeft een geschiedenis die veel verder teruggaat dan de negentiende
eeuw. In documenten uit de veertiende eeuw duikt de naam van het landgoed al
op. Essen, graslanden en natuurlijk de boerderij maken die geschiedenis
zichtbaar. Het oudste deel van de boerderij dateert uit 1715. Intrigerend is de
zogeheten commiezenkamer in de boerderij. Vanwege de nabijheid van de grens,
woonde in deze kamer een commies oftewel een douanebeambte. Als vanzelf komen
er beelden op van mannen in gesteven uniformen die met geheven sabels op
sjofele smokkelaars jagen. Kom daar nog eens om in een tijd dat er zelfs geen
slagboom meer bij de grens staat
Op de grote es vlakbij de boerderij verbouwt een boer uit de omgeving rogge.
Daarmee is een oud gebruik in ere hersteld. De bolle akkers zijn van oudsher de
locaties waar granen werden geteeld. Met mengsels van mest en heideplaggen werd
de grond vruchtbaar gemaakt. De laatste jaren stond er evenwel maïs op de es
van Smalenbroek, een typisch gewas van de moderne landbouw. Daar is nu een eind
aan gekomen, evenals aan het intensieve gebruik van het grasland.
Tot genoegen van beheerder Harry Koster.
“Op de es wordt biologisch geboerd. Dat betekent dat er geen kunstmest en
chemische bestrijdingsmiddelen meer gebruikt worden.
In het grasland gaat het mestgebruik drastisch terug. Af en toe zullen we nog
stalmest uitrijden. Daar zullen de natuurwaarden alleen maar beter van worden.”
Over natuurwaarden hebben
Smalenbroek en ’t Spik toch al niet te klagen. In de gevarieerde omstandigheden
– van cultuurgrond tot ‘wildernis’ – vinden tal van planten en dieren geschikte
leefgebieden. De bermen van de lanen bijvoorbeeld staan in het voorjaar vol met
bosanemoon, maagdenpalm, nagelkruid en in de herfst staan er talloze
paddestoelen. Langs de oevers van de Bruininksbeek groeit bosereprijs, gele
dovenetel en schaafstro.
Er broeden vijftig soorten vogels. Typische bossoorten, zoals kuifmees, zwarte
mees, kruisbek, goudhaantje en appelvink, maar ook vogels die vooral in
cultuurgronden voorkomen: kieviet, patrijs en fazant. In en bij de vijvers
zitten wilde eend, waterhoen, meerkoet en bosrietzanger. Van de roofvogels
broeden sperwer, buizerd, torenvalk en bosuil op het landgoed. Vijf spechten
komen er voor: de zwarte, de groene en de drie bonte spechten (kleine,
middelste en grote).
Door de verschillende bodemomstandigheden zijn er stukken bos met slechts eiken en beuken, of alleen dennen, maar ook stukken met es, iep, haagbeuk, hazelaar, taxus, hulst, lijsterbes, hondsroos en vlier. In de bossen leven reeën, hazen, eekhoorns, steenmarters, bunzingen, hermelijnen en wezels.
Een bewoner die terug is van weg geweest, is de boomkikker. In Twente zijn de laatste jaren op tal van plaatsen poelen aangelegd om dit felgroene kikkertje weer nieuwe kansen te bieden. De kans dat je hem te zien krijgt is klein. Maar door zijn luide gekekker in mei en juni – de indrukwekkende decibellenproductie staat in geen verhouding tot zijn geringe omvang – is zijn aanwezigheid onmiskenbaar. Ook in ’t Spik is een ondiepe poel gemaakt. En er zitten inderdaad weer boomkikkers. Vanuit het Witte Veen, waar weer een flinke populatie zit, zijn ze ook hier naar toe gekomen.”
Een gast die wat minder
welkom is, is de eikenprachtkever. Het insect tast de eiken in ’t Spik zodanig
aan, dat de ene na de andere het loodje legt. Skeletten van de imposante bomen
staan tussen het volle lover van de beuken. Een treurige aanblik. Het heeft
waarschijnlijk met het warmer wordende klimaat te maken. Op zich is het niet
zo’n probleem. Per slot van rekening gaat alles een keer dood. Dat hoort bij
het natuurlijke proces. Maar omdat de verjonging ook moeizaam gaat, is het wel
wat zorgelijk.
Een onverwachte ontwikkeling die minder zorgen baart, is de vestiging van
planten als blauwe zegge en kale jonker in enkele percelen grasland die
Landschap Overijssel heeft afgegraven om er vochtige graslanden te krijgen. Het
wordt alleen minder nat als verwacht, met als gevolg dat er zich blauwgrasland
lijkt te ontwikkelen. Van dit type grasland waren er honderd jaar geleden nog
tienduizenden hectare in ons land, nu zijn er nog maar enkele tientallen.